Reglement

Bepalingen die voor alle deelnemers gelden:
1. Alle deelnemers dienen zich voor 11.00 uur in te schrijven in de jurybus, loopbriefje, KNAF licentie en/of rijbewijs meenemen.
2. Het gebruik en het in bezit hebben van alcohol op het wedstrijdterrein, dus ook in het rennerskwartier is verboden. COUREURS JULLIE ZIJN VERANTWOORDELIJK VOOR JE HELPERS EN ANDERE MENSEN BIJ JE OP HET RENNERSKWARTIER! Wordt er tijdens de wedstrijd alcoholgebruik geconstateerd betekent dit opladen en vertrekken.
3. De startopstellingen hangen op het bord bij de startopstelling. De prijsuitreiking zal direct na afloop van de cross zijn.
4. Eén auto, één coureur, hier wordt op gecontroleerd!!
5. De coureur draagt overal, helm, bril en nekband.
6. Coureur is in bezit van rijbewijs.
7. Startnummer dient op het dak geplaatst te worden, zwarte cijfers op een witte achtergrond.
8. Vrije standaard geen 4x4 toegestaan.


STANDAARDKLASSE


Onder standaardklasse wordt verstaan dat het type auto door de fabrikant standaard en in normale serie geleverd moet zijn en aan de Nederlandse wettelijke bepalingen voldoet.


1) MOTOR
a) De maximale cilinderinhoud mag niet meer dan 2000 cc bedragen.
b) De originele motor moet op de originele plaats aangebracht worden middels de originele bevestigingen. Het is toegestaan de motorophanging te verstevigen.
c) Wagens met motoren voorzien van enige vorm van drukvulling zijn niet toegestaan.
d) Er mogen geen grotere, andere of meerdere carburateurs aangebracht worden.
e) De cilinderkop en motorblok moeten volledig standaard zijn (inwendige wijzigingen zijn niet toegestaan).
f) Op het motorvermogen is een tolerantie van 10% toegestaan.
g) Het polijsten van enig motoronderdeel is ten strengste verboden.
h) Voor auto’s die standaard zijn voorzien van ECU dient de kabelboom van het motormanagementsysteem geheel origineel te blijven (er mogen geen schakelaars of onderbrekingen aangebracht worden). Sensoren, connectors, verbindingen en ECU dienen origineel te zijn van desbetreffende merk, type en uitvoering en mogen op geen enkele wijze aangepast of gewijzigd zijn.
i) Het originele motornummer/code en het versnellingsbaknummer/code moeten duidelijk zichtbaar zijn door omlijning met gele verf. Deze nummers mogen op geen enkele wijze gewijzigd en/of verwijderd worden.
j) De oliehuishouding van de motor moet standaard zijn, maar mag aangevuld worden met een oliekoeler (dus geen dry sump smering o.i.d.)
k) Het uitlaatsysteem mag ingekort of verlengd worden met dien verstande dat de dempers en het uitlaatspruitstuk origineel en behouden dienen te blijven. De uitlaat dient origineel op de demper aangebracht te worden.
l) Het luchtfilter is vrij, binnen het motorcompartiment.
m) De startmotor moet te allen tijde aanwezig zijn en op elk moment in werking gesteld kunnen worden.

2) CARROSSERIE
a) Motor en versnellingsbak dienen bij de originele carrosserie te horen.
b) Van spatborden mag niet meer worden weggehaald dan 5 cm. breder dan voor de veerweg van de binnenzijde van de band benodigd is.
c) Het is toegestaan om de wielophanging te verstevigen.
d) Bij VW Kevers is het verwijderen van de bandenbak tot aan ten hoogste de vooras toegestaan. De deuren, waaronder tevens begrepen eventuele derde of vijfde deuren, waarmee de auto van fabriekswege is uitgerust mogen niet verwijderd worden. De deur aan de bestuurderszijde dient te worden dichtgelast en moet worden aangepast conform art. 21.2, met dien verstande dat de originele deur als uitgangspunt moet blijven dienen. Op heuphoogte aan de bestuurderszijde dient een dwarspijp in lengterichting van de deur bevestigd te worden die aan dezelfde materiaaleisen dient te voldoen als de kooiconstructie.(zie tekening 253.7)
e) Buiten en binnen bumpers mogen niet verstevigd of verwijderd worden.
f) Mits de binnen bumper deel uit maakt van de carrosserie mag deze verstevigd worden (alleen a/d binnenzijde).
g) Uitwendige bescherming van de carrosserie is niet toegestaan, inwendige verstevigingen wel.
h) Schokdempers en de vering mogen vervangen, c.q. aangepast worden mits van de originele bevestigingspunten gebruik wordt gemaakt.
i) Stuuroverbrenging en bediening, wielophanging en wiellocatie (reactiearmen, Panhardstaven e.d.) moeten standaard zijn. Geen spoor- of wielverbreders. Spoorstangen mogen verzwaard worden.
j) Er mag een grotere radiateur aangebracht worden. Indien deze verplaatst wordt naar buiten het motorcompartiment, mag deze uitsluitend achter de bestuurdersstoel worden geplaatst maar buiten het bestuurderscompartiment (= de ruimte tussen schutbord en achterste rolbeugel) en dienen leidingen en koelers afgeschermd te worden middels een gesloten metalen plaat tot minimaal de bovenzijde van de koeler en tevens d.m.v. een horizontale plaat over en ter grootte van de koeler en reservoir. Met in achtname van het hiervoor vermelde is de plaats en wijze van koeling van de radiateur vrij.
k) Alle lampen moeten verwijderd worden, waarbij de dan ontstane openingen minimaal dichtgemaakt moeten worden met gaas.


3) OVERIGE
a) Deugdelijke rolkooi constructie en laswerk
b) Versnellingsbak en differentieel moeten standaard zijn. De eindoverbrenging moet eveneens standaard zijn.
c) Het is verboden een sperdifferentieel in wat voor vorm dan ook, te gebruiken.
d) De bestuurdersstoel moet stevig vastgezet zijn en voorzien zijn van een hoofdsteun, welke, indien indien de bestuurdersstoel verstelbaar is, één geheel met de stoel dient te zijn. Indien een kunststof kuipstoel is gemonteerd, mag deze geen verstelbare rugleuning hebben en dient deze middels een metalen raamwerk, dat de gehele stoel inclusief hoofdsteun omsluit, op de bodem, op minimaal vier punten, bevestigd te worden. Ook de hoofdsteun dient van boven deugdelijk aan het frame gemonteerd te zijn.
e) Originele gordel is niet toegestaan, deze moet vervangen worden door een vierpuntsgordel.
f) Aan de bestuurderszijde en de voorzijde moet een deugdelijk gaaswerk aanwezig zijn of aangebracht.
g) De accu dient vastgezet te worden en afgeschermd.
h) Banden zijn in alle klassen vrij.
i) De brandstoftank moet op een afdoend beveiligde plaats zijn opgesteld en moet vast zijn met de wagen. De tank mag zich niet in de bestuurderscabine bevinden, en moet daarvan gescheiden zijn door een brandscherm. De maximale inhoud mag de 20 liter niet te boven gaan.
j) Er moet een extra beveiliging aanwezig zijn op alle leidingen om risico's van beschadiging (stenen, corrosie, breuk van mechanische delen enz.) tegen te gaan. Bovendien moeten de brandstofleidingen die zich in het bestuurderscompartiment bevinden van metaal zijn vervaardigd of een metalen beschermlaag hebben.
k) De deelnemende voertuigen dienen aan voor- en achterzijde voorzien te zijn van een sleepoog.
l) Een stoflicht met zowel links als rechts hiervan een remlicht, is verplicht voor alle klassen.